top of page

Zoekresultaat

37 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • De inktpodcast 04: Oktoberman!

    Politiek gekonkel, de Russische geheime dienst en heel veel rookgordijnen omhullen een van de meest merkwaardige moordaanslagen uit de geschiedenis: 24 mei 1940, in Mexico Stad, de eerste aanslag op kopstuk van de Oktoberrevolutie Leon Trotski. Een uitstekend voorbereide aanval van 20 oorlogsveteranen mislukt faliekant. Volg mij op het dwaalspoor tussen de schilderende kolonel, een bloedende teen en de minnaar van Frida Kahlo. Een comedy of errors in true crime, vol vuile spionnen, corrupte agenten en valse beschuldigingen. "Oktoberman. De eerste dood van Leon Trotski. Een Inktpodcast over de eerste aanslag op Leon Trotski, door Patrick Bassant is nu online, deel 1 althans, de rest volgt nog, met ook de stemmen van David Lucieer en Anne Gehring. Check het op je favo podcastplatform! https://open.spotify.com/episode/5ehTTlemIboXGHMi6HgOWT Foto: Trotski, 18 jaar, in 1897, onbekende fotograaf

  • Seks met geweld. Phoebe Zeitgeist. Een verkenningstocht naar strips en audio.

    In deze tweede aflevering van de Inktpodcast vind ik een radiotranscript uit 1968 van de KRO, waarin het gaat over seks met geweld en een stripverhaal in audio wordt gevangen. De strip is vermoedelijk een ontzettende draak waarin een vrouw, Phoebe Zeitgeist, in elk hoofdstuk wordt ontvoerd door een andere engerd die haar misbruikt, maar ik heb de strip zelf niet gelezen. Het idee om een strip om te vormen tot een hoorspel, is echter geweldig. Dit experiment ga ik herhalen. Komen verder nog aan bod: Markies de Sade, Ivo Michiels, Hugo Raes, outsiderkunst, de Everley Brothers, Barbarella, lipogrammen en een helikopter. https://anchor.fm/de-inktpodcast/episodes/De-Inktpodcast-2-Het-vangen-van-de-Zeitgeist--of-Seks-met-geweld--Een-verkenningstocht-naar-strips-en-audio-e1rf0tc De avonturen van Phoebe Zeitgeist, Michael O'Donoghue en Frank Springer

  • De haven van Madrid. Errata op De vlinder in de inktpot

    Een historische roman, waarin de auteur zich verliest in talloze details, bevat bijna onvermijdelijk fouten. Je kan je als schrijver verschuilen achter het spatscherm van de fictie: dat iets ‘in het echt’ is gebeurd, wil nog niet zeggen dat dat in deze roman ook één-op-één moet gebeuren, en het is inderdaad zo dat in een boek de romanwereld voorrang heeft boven de historische werkelijkheid – die overigens ook vaak de vervelende neiging heeft niet vast te liggen. Naar gelang de tijd verstrijkt of de politieke kleur van de historicus kunnen feiten over de Spaanse burgeroorlog heel vloeibaar zijn. Als je een roman publiceert, gaan anderen die kritisch lezen, en soms nemen ze de moeite je van die fouten op de hoogte te brengen. Geweldig is dat, omdat je als schrijver pas merkt wat je boek met lezers doet als ze je dat vertellen – verkoopcijfers zeggen natuurlijk niet zo veel. En als iemand de moeite neemt allerlei feiten te checken, dan moet het boek die moeite waard zijn geweest. Een fikse lijst met fouten, omissies en nuanceringen kreeg ik van Jeroen ten Dam, van boekhandel Het Fort van Sjakoo. Ook Stasja en Pjotr lazen heel precies en attendeerden me op fouten. Hieronder een lijst met de fouten in de roman. - pag. 150 Het citaat in het Spaans uit het gedicht van García Lorca, waar ik ook de titel van de roman op baseer, is verkeerd. Het citaat luidt: Mariposa ahogada en el tintero. Een tintero is een inktpot. Een pintero bestaat niet in het Spaans. - pag. 164 "Er was een verhitte discussie uitgebroken over de situatie in Baskenland, waar de anarchisten en trotskisten al snel na het uitbreken van de opstand van de chaos gebruik hadden gemaakt om..." In de plaats van Baskenland moest hier Catalonië staan. De anarchisten en trotskisten speelden geen grote rol in Baskenland. Daar was het verzet tegen de coupplegende generaals voornamelijk in handen van de Baskische burgerlijke en katholieke partij PNV (die nog steeds bestaat). De anarchisten speelden daar een kleine rol en de POUM had eigenlijk alleen substantiële aanhang in Catalonië. - pag. 178 "mortieren over en weer zouden vliegen". Een mortier is een lanceerbuis die gebruikt wordt om, schuin op de grond staand mortiergranaten af te schieten op posities van de vijand. Er zou hier dus moeten staan: "mortiergranaten over en weer zouden vliegen". - pag. 222 "De arbeidersorganisatie kregen wapens uitgedeeld om de opstandelingen in bedwang te houden..." Dit klopt niet. De arbeidersorganisaties hebben in de dagen na 18 juli 1936 zelf de wapens veroverd op de militairen en politietroepen. De republikeinse overheden, zowel op landelijk als op regionaal en plaatselijk niveau weigerden over het algemeen, ondanks de roep daarom, om wapens uit te delen aan de werkende klasse en haar organisaties. Ik schrijf dat beter in het gesprek tussen Pit en zijn geweerinstructrice op p. 169. - pag. 306 "De hotelkamer was van een stuitende luxe. Uitzicht op de oceaan...". We hebben het hier over een hotel in Valencia. Valencia ligt aan de Middellandse Zee en niet aan een oceaan. In een vroegere versie had ik zo zitten te klooien met verhaallijnen dat ik schreef over de haven van Madrid. Dan valt dit nog mee, maar dom blijft het. - pag. 223-224 staat "het huwelijk werd afgeschaft". Dat is nooit het geval geweest. Misschien dat Brouwer dit ooit gedacht heeft. Ik kan niet meer terugvinden waar ik dit vandaan heb gehaald, want ik heb het niet verzonnen. - pag. 346 "Als ze zelfs Jezjov, dus het hoofd van de GPOe, aan het huilen krijgen...". Deze tekst speelt zich af op 6 juli 1937: Jef Last kan dit nooit gezegd hebben want Jezjov zou pas in 1938 op een zijspoor worden gezet en pas op 10-4-1939 gearresteerd en in februari 1940 tegen de muur worden gezet. Jezjov's voorganger - Genrich Jagoda - was in maart 1937 opgepakt en vermoedelijk medio maart 1938 geëxecuteerd. Ik bedoelde hier dus Jagoda, maar dat hij tijdens zijn verhoor in tranen uitbarstte, werd pas decennia later bekend. Dat anachronisme mag in een roman, vind ik. Het verhoor waaraan Brouwer in zijn droom onderworpen is, is ook pas in 1942, na zijn medewerking aan de overval op het bevolkingsregister in Amsterdam. - pag. 377 "Jij vocht met Buenaventura Durruti, je was zijn adjudant in Santander en Teruel." Dat zegt Hemingway tegen Mathieu Corman, de boekhandelaar uit Gent. Corman is aan beide fronten geweest, maar Durruti nooit. Die heeft alleen in Catalonië en Aragón en aan het front gezeten, totdat hij zijn dood tegemoet ging in november 1936 in de Universiteitswijk in Madrid. Corman was na Durruti's dood aan de genoemde fronten in Santander (aan de Atlantische kust van Cantabrië) en Teruel (in het Zuiden van Aragón). (illustratie: Patrick Bassant; gemaakt met Dall.E)

  • De Inktpodcast, mijn eerste podcast!

    Dat er maar vele afleveringen mogen volgen! De Inktpodcast, experimenten in audio en literatuur. De inktpodcast, een project van schrijver Patrick Bassant, is een proeftuin op de grens tussen tekst en geluid. Theatrale uitvoeringen, strips in geluid, verhalen voorzien van een geluidsband, gehorige teksten of abstracte geluiden. Alles kan. Elke aflevering een op zichzelf staand werk, geschreven, opgenomen en gemonteerd door Patrick Bassant Aflevering 1 van De Inktpodcast, 'Klantenservice' is een dialoog tussen Patrick Bassant en een bot van een internetwarenhuis. Dit soort bots kan heel behulpzaam zijn, maar je moet niet iets anders willen dan ze voorgeprogrammeerd hebben gekregen. Als hij er niet uit komt, vraagt Patrick om des bots baas te spreken. Dan blijkt langzaam maar zeker dat de klant helemaal geen koning is, maar dat het iets gecompliceerder ligt... https://anchor.fm/de-inktpodcast https://open.spotify.com/show/3vYyYpaE0zjt3Vh9L6swGh Tekst, opname, productie, sounddesign, montage: Patrick Bassant Additionele stemmen: Fluency, Google Translate Mmg: Nederlands Letterenfonds Logo De Inktpodcast: Martin Draax

  • PANDEMONIUM: Robert Devriendt

    Zojuist plaatste ik de zevende film van mijn project PANDEMONIUM online, 'Gloryfox', dat is geschreven bij het werk van Robert Devriendt, een kunstschilder uit Brugge die ik voor de eerste keer ontmoette op 21 juni 2001, tijdens de presentatie van het nummer Epifanie - Moments of being van het literair tijdschrift DW B. Nu ben ik redacteur, toentertijd was ik als student Nederlands een soort hosselaar van het blad. Ik stond op de beurs van kleine uitgevers in Paradiso en organiseerde elk jaar een presentatie, vaak in poëziecentrum Perdu. Dan stelden we een programma samen, met vaak Nederlandse schrijvers want dat scheelt reiskosten, kopieerden we flyers en fietsten de stad door om stapeltjes neer te leggen op plekken waarvan wij vermoedden dat de in literatuur geïnteresseerden daar samendromden. Geert van de Wetering was mijn kompaan. Op die presentatie zou ook werk te zien zijn van een schilder, en we kregen directieven om te regelen dat dat getoond kon worden. Ophangen kon niet, want dat was diefstalgevoelig. Op een tafel neerleggen was niet eerbiedig genoeg, dan zou de schilder zich terugtrekken, kregen we te horen. Uiteindelijk hebben we die dag een loodzware glazen vitrinekast van de faculteit biologie kunnen lenen, waarschijnlijk eentje waar ze jaren dooie kikkers in hadden bewaard, en die op een geleende bakfiets (want allebei geen rijbewijs of auto) van de VU naar de Kloveniersburgwal gebracht. Al die Amsterdamse bruggetjes, gaten in de weg en wegpiraten trotseren met een breekbare glazen kast op een dekentje... Alles voor de kunst! Rond etenstijd verscheen de Vlaamse delegatie: de redactiesecretaris, de hoofdredacteur en de Kunstenaar. Trots lieten we de antieke vitrinekast zien die we met al die moeite hadden weten te regelen. Hij keek er geringschattend naar en snoof: stelletje amateurs. Maar goed, het was een vitrinekast. En net toen ik mij in de oren knoopte dat je schilders dus altijd met veel respect dient te benaderen en dat het regelen van expositieruimte door de hele stad wel het minste is dat je voor kunst kan doen, haalde Devriendt een wit plastic zakje tevoorschijn, een uiterst minimalistisch wit plastic zakje, waarin hij de bewuste Schilderijen transporteerde. Vijf of zes miniatuurschilderijtjes, kleiner dan een ansichtkaart, achteloos in een tasje gestopt... Ze pasten overigens prachtig in de vitrinekast. Inmiddels is het werk van Devriendt veel bekender geworden. De literaire kwaliteiten maken het bij meer lezers populair. Met de scenes die hij schildert, vertelt hij een verhaal dat de toeschouwer zelf kan reconstrueren, insinueert hij van alles dat zich tussen de beelden afspeelt, in de goot als het ware, toont flarden van gebeurtenissen, gevolgen van geweld, taxidermie en glimmende auto's. Je kan er zelf een verhaal van maken. En dat is ook precies wat er gebeurde in 2013, toen hetzelfde DW B een heel themanummer aan Devriendt wijdde en tal van schrijvers vroeg hun verhaal op de beelden van Devriendt te enten. Ik schreef daar toen het verhaal 'Gloryfox' bij, over een vos die ik in alle rust over een Amsterdamse begraafplaats zag sjokken, 's ochtends om half negen, en die me op twee meter passeerde. Ik was verbluft, hij niet. Hij had nog net geen wit plastic tasje bij zich. Voor deze aflevering van Pandemonium mocht ik de afbeeldingen van zijn werk gebruiken. Het vreemde is dat de beelden die nu achter mijn hoofd gemonteerd zijn, vele malen groter zijn dan in het echt - gesteld dat de toeschouwer dit op zijn desktop bekijkt. Ik dank hier de onvolprezen Harold Pflug die ook deze video weer geweldig monteerde en mixte en renderde en watnietal, en Robert Devriendt voor het leveren van de stof voor het verhaal en het beeldgebruik.

  • Een witte anjer voor Johan Brouwer

    Johan Brouwer deed in zijn studententijd een Raskolnikofje: kon hij het bestaan van god via het bestaan van een geweten aantonen door iemand te vermoorden? Samen met zijn broertje doodde hij een zwendelaar. Tijdens zijn gevangenisstraf leerde hij Frans en Spaans en binnen twee jaar na zijn vrijlating studeerde hij af in die twee talen, en promoveerde bovendien in 1931 op een proefschrift over de Spaande mystiek. Ten tijde van de opstand reisde hij naar Spanje als journalist van de NRC, maar na enige tijd begon Brouwer de zaak minder vanuit liberaal standpunt te bekijken. De NRC stuurde hem de laan uit, de lezers van deze krant waren niet gediend van deze koerswijziging. Voortaan schreef hij voor De Tijd (katholiek) en de Groene Amsterdammer over de gebeurtenissen in Spanje. Hij was aanwezig op het Tweede Antifascistische schrijverscongres en hield daar een vuurrode lezing. Zijn ervaringen en avonturen in Spanje staan centraal in mijn roman De vlinder in de inktpot, maar zijn avontuurlijke loopbaan eindigde niet in Spanje. Toen de Joodse lector Spaans van de UvA, J.A. van Praag, tijdens de bezetting wegens een Berüfsverbot vertrok, werd Brouwer zijn opvolger. De NSB die wist van zijn linkse sympathieën, begon een hetze: Schande! Een veroordeeld moordenaar als hoogleraar aan de hoofdstedelijke universiteit! Brouwer legde zijn functie neer en verdween in het verzet. Hij werd een inspirator voor het studentenverzet, en was betrokken bij de overval op het bevolkingsregister in Amsterdam, samen met o.a. Willem Sandberg, Gerrit van der Veen en Willem Arondéus. Hij werd in april 1943 gearresteerd en op 1 juli gefusilleerd in de duinen. Hij is begraven op de erebegraafplaats in Overveen/Bloemendaal. Ik was daar nog nooit geweest, maar besloot enkele dagen voor Allerzielen eens langs te gaan om een witte anjer op het graf van Brouwer te leggen. Er was helemaal niemand, maandagochtend kwart voor negen, dus ik had de hele plek voor mezelf. Was het sereen? Ik denk dat alles dat half in de mist op maandagochtend door iedereen verlaten is, sereen over kan komen, dat is te makkelijk. Het was waardig, respectvol, en leeg. De man die met In de schaduw van de dood een van de best geïnformeerde romans over de Spaanse burgeroorlog schreef, wiens verzameld werk bij Van Oorschot verscheen in drie delen dundruk, die een lange gevangenisstraf uitzat wegens moord, die moed aan idealen verbond, ligt onder een uiterst bescheiden steen op een prachtige begraafplaats. (foto's: Patrick Bassant)

  • Schreeuwen op de markt

    Vorige week was de presentatie van het themanummer van DW B, 'Schreeuwen op de markt. Excentrische literatuur' in het dr. Guislain Museum in Gent. 'Een chaotische avond, een taalfeest, een waardevolle en onconventionele lees-, kijk- & luisterervaring', kondigde ik in mijn inleiding aan. Dat bleek adequaat voorspeld. Ik stelde dit nummer teksten van auteurs met een psychische kwetsbaarheid samen met Jan Daems, Yves Petry en Arnout De Cleene. Het is eivol primair werk met essays, focust op ‘brute’ teksten en ontregelende beelden, en houdt (de term) ‘outsiderliteratuur’ kritisch tegen het licht. Het vertrekpunt was de drang om te schrijven om niet te imploderen. Het resultaat is een excentrisch en eigenzinnig nummer. Je vindt een voorpublicatie van het verhaal van J.M.H. Berckmans op de site van De Standaard, als je de betaalmuur weet te slechten, en een voorpublicatie op de site van Folio van 'De man met de microfoon', de 'theatertekst' van Jean Jacques Abrahams, die Naninga Lens vertaalde voor DW B. Maar het gaan me nu even om die avond. Het was zo lang geleden dat ik op een literaire avond was, dat ik bijna was vergeten hoe prachtig dat kan zijn. We waren in het Dr. Guislain museum in Gent, de prachtige omgeving van een oud psychiatrisch ziekenhuis. De zaal was helemaal vol en het programma duurde te lang, maar daar had niemand last van. Mensen liepen in en uit, haalden een glas bier tussendoor en kwamen rustig weer binnen. Het programma kende enkele hoogtepunten in de vorm van Peter Holvoet-Hanssen en de Ruimte Scheppende Geheelden uit Zoersel. Peter kan elke zaal betoveren en hij dirigeerde in los verband de schrijvers met wie hij de afgelopen maanden aan een groot gemeenschappelijk gedicht werkte. Ook Maarten Otten, die een goot deel van het nummer vult met poëzie en beeldend werk, was digitaal aanwezig: hij las gedichten voor en zijn beeldend werk werd geprojecteerd. De klapper van de avond vormde Villa Voortman, een 'ontmoetingscentrum voor mensen met dubbeldiagnose en multipele problematiek' in Gent die onder regie van Dirk Pauwels een stuiterend totaal van punk, liefdesliedjes, spoken word, geraaskal en poëzie brachten. Totaal onvoorspelbaar, maar heel strak neergezet en de energie spatte er van af. Een aantal van de auteurs staan in het themanummer (Jason, Jan-Bart, Vincenzo, Jérôme), een aantal niet. Ik kreeg van deze avond weer helemaal de goede zin terug. Zo'n avond met prachtige voordrachten, onverwachte momenten, een mooie omgeving en fijne organisatie, een goed glas bier na afloop: het was zo lang geleden. Het kan weer! Een fotoreportage van de avond, van de hand van niet onverdienstelijk amateurfotograaf Patrick Bassant, vind je op de site van DW B Peter Holvoet-Hanssen. foto: Patrick

  • DW B over de Grote Vlaamse Striproman

    Hij is verschenen! De aflevering van DW B die ik met Sébastien Conard samenstelde over de grote Vlaamse striproman - zijnde natuurlijk gewoon een state-of-the-art van de moderne alternatieve strip. >>> Zeg niet zomaar strip tegen een striproman! Zie je de graphic novel als een opgeklopt stripverhaal, of beschouw je het als een nieuw medium? De groei van dergelijke beeldboeken is in ieder geval onmiskenbaar, niet alleen in aantal maar ook wat betreft formaat en teneur. Maar wat vereist zo’n Grote Vlaamse Striproman precies? Waarover handelt hij dan, wat moet erin, welke vorm en stijl mag hij krijgen? Of bestaat dat stripboek gewoonweg al? Curatoren Sébastien Conard en Patrick Bassant legden deze kwesties voor aan enkele kenners én tonen beeldende bijdragen van hedendaagse graphic novelists uit Vlaanderen, Nederland en Franstalig België. Het accent ligt op een aantal jonge, opkomende beeldvertellers, waarmee de hedendaagse verjonging én vervrouwelijking van het beeldverhaal is ingeluid. Met bijdragen van Ephameron, Martha Verschaffel, Serge Baeken, Shamisa Debroey, Olivier Deprez & Roby Comblain, Mélanie Corre, Guido van Driel, Dace Sietina, Christophe Poot, Naninga Lens, Gerard Herman, Sara Mertens, Coralie Laudelaout, en Dominique Goblet! Essays van Sébastien Conard, Benoît Crucifix, Kurt Snoekx, Charlotte Pylyser, Peter Moerenhout, Jan Baetens, Rik Spanjers en Erin La Cour. Op https://www.elkedagboeken.be/dw-b/dw-b-archief/2021/2021-1-de-grote-vlaamse-striproman/inleiding staat onze volledige inleiding online! Buiten deze focus leest u nieuwe gedichten van Elma van Haren, Anneke Brassinga, en vele anderen.

  • Jef Last. Bestaat er een raarder leven dan het mijne?

    Met een zekere vertraging is begin dit jaar de biografie van Jef Last verschenen. Rudi Wester begon tweede helft jaren tachtig al aan deze klus en tijdens de flinke periode dat ik zelf research deed naar de Spaanse Burgeroorlog en de inmenging van Nederlandse schrijvers daarin, speciaal Johan Brouwer en Jef Last, heb ik regelmatig gevloekt dat de biografie er nog niet was. Ik heb mijn info uit allerlei andere bronnen moeten peuren, terwijl ik wist dat Jef veel onuitgegeven autobiografisch materiaal heeft achtergelaten. Ik heb tijdens het schrijven van mijn roman geen contact met de biograaf opgenomen, ik wilde dan maar mijn eigen beeld van Last opbouwen. Toen mijn boek uitkwam, heb ik Rudi Wester wel gelijk benaderd en daaruit groeide een interessante en hartelijke mailwisseling. Voor een artikel in een later dit jaar te verschijnen boek over Lyrisch activisme, Nederlandstalige poëzie en politieke strijd sinds 1848, onder redactie van Johan Sonnenschein en Kornee van der Haven, heb ik wel contact opgenomen met Rudi Wester. Voor dat artikel was het belangrijk dat de boel klopt, dus toen heb ik Wester gevraagd mee te lezen en bepaalde aspecten van Jef Lasts karakter en levenswandel te verhelderen. Dus toen het boek in januari verscheen, was dat ook voor mij spannend. Kwam de Jef Last die de biograaf schetst, de op uitvoerig bronnenonderzoek en vele interviews met mensen die Last hebben gekend, gebaseerde ‘realistische’ biografie overeen met mijn romanpersonage? En overal waar ik bewust een loopje neem met de historische werkelijkheid, valt dat nu extra op? Dat laatste stuk, daar zal ik nu niet verder op in gaan. Ik denk dat de beide Jeffen Last op alle belangrijke punten overeen komen, maar ik heb vooral genoten van alles wat ik nog niet wist over hem. De biografie is voortreffelijk geschreven en Jef Last heeft zo’n afwisselend en interessant leven geleid (wie bevestigend op de titel wil antwoorden, zal eerst goed moeten zoeken.) De stijl van het boek is zo soepel, het tempo is blijvend hoog, de hoeveelheid informatie verveelt geen moment. En wat ik vooral zo mooi vind, is dat Wester faliekant achter haar subject gaat staan. Ze weet Lasts visie heel duidelijk voor het voetlicht te brengen, legt zijn complexe karakter bloot, en kiest partij. Dat kan natuurlijk tot een hagiografie uitgroeien (waarin alleen aandacht is voor de positieve aspecten van iemands leven), zeker als de biograaf het idee krijgt dat Last het van zo veel kanten te verduren heeft gehad en dat hij recht heeft op een rehabilitatie. Maar dat moet niet te veel uit de biografie spatten. En dat doet het ook niet. Wester heeft haar materiaal goed onder controle en weloverwogen maak ze er geen neutrale, feitelijke neuzelbiografie van, maar durft ze als biograaf te bewonderen en te begrijpen. Daarnaast is ook goed dat er via de figuur van Ida Last een mooi contrapunt wordt gegeven: ook haar interessante leven krijgt kleur en daardoor toont Wester ook wat er allemaal in dat vreemde privéleven van hem rommelde en hoe dat zijn doen en laten beïnvloed heeft. Daarnaast moest ik ook met regelmaat heel hard lachen om de weergave van de gebeurtenissen, alsof ze Last zelf af en toe met een milde kwinkslag terecht wijst. Wat er wat minder goed van afkomt, is het literaire werk van Last. Met zo’n overweldigende productie is dat niet allemaal te behandelen, maar teksten als het prozagedicht Marianne (1930), of montageromans uit zijn vroege periode, verdienden naar mijn smaak wat meer aandacht. Daar zit echt uniek werk tussen. Maar die literair-historische aandacht, die ik als Neerlandicus graag zou zien, is onderwerp voor een andere publicatie. In dit boek speelt het leven van Last de hoofdrol, en dat is al genoeg voor een dik boek. Ik ben door deze biografie nog meer van mijn romanpersonage gaan houden, vol bewondering voor die vent, voor zijn werklust, zijn principiële standpunten. Dit prachtige boek zal veel mensen bij de kladden grijpen.

  • Een absolute aanrader, kunnen we wel stellen.

    Op de blog van Hereditas Nexus, waar ze graag een eigen licht werpen op de nieuwste ontwikkelingen in de historische wereld en erfgoedsector, verscheen vandaag een bespreking van De vlinder in de inktpot. Heel fijn, want tot nu toe kwamen er geen besprekingen op specifiek historische kanalen - misschien dat fictie, zelfs historische fictie, daar toch een beetje vreemd wordt gevonden, met van die dialogen en zonder voetnoten. Ik heb geprobeerd die werelden te verenigen, en volgens deze criticus is dat gelukt. Ik citeer dan ook graag en instemmend de conclusie van Wouter van Dijk: "De gebeurtenissen die Bassant in zijn roman beschrijft zijn waargebeurd, de gedachten en gesprekken van de personages natuurlijk niet. Door zijn aanpak is de schrijver erin geslaagd een meeslepende historische roman te schrijven die dwingt tot verder lezen, en die tegelijkertijd het verwarrende tijdsbeeld van de jaren dertig in Nederland, Frankrijk en Spanje op geloofwaardige wijze weergeeft. Lezers die minder snel geneigd zullen zijn een non-fictie publicatie over de Spaanse Burgeroorlog ter hand te nemen, krijgen zo door lezing van dit spannende boek toch een goed beeld van wat de strijd in Spanje behelsde, en hoe ingewikkeld de verhoudingen tussen en binnen de strijdende partijen lagen. Tel daarbij op dat je in de loop van het boek bekende figuren uit de oorlog als Gerda Taro, Robert Capa, de generaals Walter en Miaja, kolonel-schrijver Ludwig Renn en zelfs Pablo Picasso de revue ziet passeren, en we kunnen wel stellen dat dit boek een absolute aanrader is voor wie interesse heeft in de Spaanse burgeroorlog, maar zeker ook voor wie vooral houdt van een spannend verhaal in een historische setting." http://www.hereditasnexus.com/de-vlinder-in-de-inktpot-patrick-bassant/

  • Contax III en Zeiss Otus

    Hoofdpersoon Pit krijgt in de roman de camera van Generaal Walter in bruikleen. Dat is een Contax III, een topcamera van fabrikant Zeiss en de grootste concurrent voor de lichtere Leica. Hij gebruikt daar een Sonnar 180 mm lens bij, een lenzenlijn die nog steeds gemaakt wordt. De plannen voor een vernieuwde Contax serie werden bij het bombardement op Dresden in februari 1945 vernietigd. De geschiedenissen van alle naamsveranderingen die Zeiss in het verleden heeft doorgemaakt, door fusies, gedwongen opsplitsingen in een Oost- en een West-Duitse tak en allerhande samenwerkingen zorgen ervoor dat er geen wijs meer is te worden uit de Carl Zeiss Ikon Voigtländer Hasselblad Jena AG GmbH-kluwen, maar feit is dat er nog steeds mooie spullen worden gemaakt onder de naam Zeiss. Bewijs hiervan is de auteursfoto op mijn roman, gemaakt door Martijn Rijnberg. Onlangs verscheen een interview met hem op de Zeiss Lenspire-site, waar liefhebbers van topfotografie in een geheimzinnig jargon met elkaar praten over kleurrenditie en bokeh. Dit laatste is een prachtig begrip, want het betreft de 'kwaliteit van de onscherpte'. Foto: Martijn Rijnberg dus. In het interview, dat begint onder een onsmakelijk grote foto van mij, ook links naar ander werk, vooral video van Martijn. En uitgebreide gebruikerservaringen voor de Zeiss Otus 55 mm en 85 mm. https://lenspire.zeiss.com/photo/en/article/otus-across-many-disciplines

  • Premature anti-fascist: te vroeg gepiekt

    De Amerikaanse vrijwilligers in de burgeroorlog kwamen veelal samen in de Abraham Lincoln Brigade, en onder die naam verzamelden de oudstrijders zich ook: de ALBA (Abraham Lincoln Brigade Archives) en organiseren onder meer lezingen, de jaarlijkse Bill Susman Lecture. Een heel interessante uit die serie is die door Bernard Knox, uit 1998, een geboren Brit die na de Tweede Wereldoorlog naturaliseert tot Amerikaan en in Yale en Harvard hoogleraar klassieke talen wordt. Van hem leerde ik het concept ‘premature anti-fascist’ kennen, dus dat je anti-fascist bent, hetgeen in principe prima is, maar niet als je het te snel bent geworden, want dan ben je te vroeg overtuigd van de gevaren van het fascisme. Dat is verdacht. Ook in je afkeer van het fascisme is het eigenlijk beter de meute te volgen. ´Premature anti-Fascist´ was de FBI-code voor communist - in het Amerika van rond de Tweede Wereldoorlog zeker niet minder gevaarlijk dan fascist. 'It was the label affixed to the dossiers of those Americans who had fought in the Brigades when, after Pearl Harbour (and some of them before) they enlisted in the US Army. It was the signal to assign them to non-combat units or inactive fronts and to deny them the promotion they deserved.‘ Knox zag als Brits student klassieken in Cambridge de werkloosheid als toekomst. Hij ontwikkelde communistische aspiraties; hoewel er in Cambridge, naar eigen zeggen, op een portier en keukenhulp na geen arbeider te vinden was. Hij begeeft zich in Marxistische studiegroepen en ontvangt in september 1936 een brief van John Cornford, de leider van de communisten in Cambridge, met de oproep deel te nemen aan de anarchistische of trotskistische groepen. ‘I left a few days later for Paris, with a Group of a dozen or so volunteers that John had assembled. (…) There was a German refuge artist who had been living in London, two veterans of the British Army and one of the Navy, an actor, a proletarian novelist an two unemployed workmen.’ Ook John Sommerfield moet zich in dit gezelschap bevinden, die een prachtig verslag van zijn tijd in Spanje heeft geschreven (Volunteer in Spain, 1937, in het Nederlands vertaald als Vrijwilliger in Spanje door Paul Syrier) Via Marseille monstert Knox aan op een schip van de vakbond CNT naar Alicante, vervolgens reist hij door naar het trainingscentrum in Albacete. Geen wapens voorhanden om te trainen. In november komen er eindelijk kratten… ‘There were stamps and bills of lading and brand marks on the cases that showed they had been made the rounds of the international arms markets; some were in Arabic and one case was branded with the letters IRA. They contained rifles – American ’03 Springfields, the rifle carried by the Doughboys [American G.I.] in the Great War – and, at last, our machine guns. They were a sad disappointment – antique models that sported a bicycle seat for the gunner high up in the air, real suicide traps; no one, not even the French, knew what they were (though the cases had French stamps on them) until our oldest French volunteer, a patriarch known as grand-père, identified them as St. Etiennes, a gun that was declared obsolete in the first weeks of the 1914 war. They must have been relics from the war of 1870.’ Via Wikipedia heb ik uitgezocht: waarschijnlijk zijn het St Étienne Mle 1907, dwz beetje overdreven, werd pas in ‘17 afgeschaft… Knox raakt gewond, repatrieert, ontmoet Amerikaanse, trouwt en gaat met haar naar de VS. Foto: Ramas, Creative Commons. St. Étienne Mle 1907

Nog meer klikken klikken klikken?

  • Facebook Social Icon

© 2020 Patrick Bassant. Fotografie: Doeta Aartsma & Martijn Rijnberg # Wix.com

bottom of page